Digitale camera-afbeeldingen retoucheren voor CMYK-afdruktaken

door Pratik Shah

In deze studieles behandelen we de belangrijkste stappen voor het retoucheren van digitale foto's. We verwerken deze voor gebruik bij CMYK-afdruktaken. Mogelijk moet u bepaalde instellingen/waarden aanpassen om het gewenste resultaat te bereiken. Dit hangt af van de afbeelding die u heeft gekozen.

Stel voordat u aan deze studieles begint Kleurenbeheer net zo in als u in de onderstaande afbeelding kunt zien. U vindt de instellingen voor Kleurenbeheer via Extra > Kleurenbeheer > Standaardinstellingen. U kunt het CMYK-kleurprofiel wijzigen en afstemmen op het kleurprofiel dat uw afdrukserviceprovider gebruikt voor de afdruktaak.

We gaan er voor deze studieles vanuit dat u de Corel PHOTO-PAINT X7.2-update op uw systeem heeft geïnstalleerd. Open nu de afbeelding waarmee u wilt werken in PHOTO-PAINT X7 (Bestand > Openen). Wanneer u de afbeelding opent, wordt het dialoogvenster Kleurinformatie weergegeven, met de mededeling dat een kleurprofiel ontbreekt (zie hieronder). Selecteer in de vervolgkeuzelijst Kleurprofiel toewijzen het standaard RGB-profiel (sRGB IEC61966-2.1). Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten.

1. Het kleurengamut controleren

We controleren eerst of de afbeelding kleuren heeft die buiten het gamut vallen (want deze kunnen niet worden afgedrukt bij CMYK-afdrukken). Klik op Venster > Koppelvensters > Proefkleurinstellingen. Hiermee wordt het koppelvenster Proefkleurinstellingen geopend. Schakel het selectievakje Proefkleuren in dit koppelvenster in. Onder het selectievakje ziet u een pijl waarmee u Gamutwaarschuwing kunt uitvouwen. Klik op de pijl en schakel het selectievakje Kleuren buiten gamut in. Standaard wordt een gamutwaarschuwing in felgroen weergegeven. U kunt voor de waarschuwing elke kleur kiezen die geschikt is voor de afbeelding. Selecteer bij de vervolgkeuzelijst Omgeving simuleren het kleurprofiel dat wordt gebruikt voor de afdruktaak door uw serviceprovider. In de onderstaande afbeelding ziet u de felgroene gebieden die buiten het afdrukbare bereik van het CMYK-kleurmodel vallen. Verderop in deze studieles leert u hoe u dit kunt corrigeren en ongewenst resultaat kunt voorkomen.

Voorlopig schakelen we het selectievakje Gamutwaarschuwing opnieuw uit.

2. Ruis verminderen

Op de meeste afbeeldingen die met een digitale camera zijn vastgelegd is ruis zichtbaar. In de meeste gevallen is de ruis vooral zichtbaar in het blauwe kanaal van een RGB-afbeelding. Open het koppelvenster Kanalen door naar Venster > Koppelvenster > Kanalen te gaan. In het koppelvenster Kanalen is RGB-kanalen automatisch ingeschakeld. Probeer één voor één op de afzonderlijke kanalen R, G en B te klikken en ga na welk kanaal het hoogste ruisniveau heeft. Selecteer het betreffende kanaal en pas vervolgens een kleine hoeveelheid vervaging toe door naar Effecten > Vervagen > Gaussiaans vervagen te gaan. Begin met een heel klein bereik van bijvoorbeeld 0,5 px. U kunt het bereik steeds naar wens verhogen in stappen van 0,5 px. U moet kiezen voor de waarde die het ruisniveau verlaagt, maar zonder dat dit de afbeelding te veel vervaagt. Wanneer u tevreden bent met het resultaat, klikt u op OK om de wijzigingen te bevestigen. Schakel het RGB-kanaal opnieuw in om over te schakelen naar de weergave van alle kanalen.

3. De afbeeldingsmodus wijzigen

De meeste digitale camera's leggen afbeeldingen vast in RGB-modus en slaan ze op in de indeling JPEG. Als eerste stap wijzigen we de afbeeldingsmodus in CMYK, onze doeluitvoer, om het gewenste resultaat te kunnen bereiken. Voor het wijzigen van de afbeeldingsmodus gaat u naar het menu Afbeelding en selecteert u Naar CMYK-kleuren (32-bits) converteren.

Afhankelijk van de afbeelding die u heeft gekozen, kunt u een aanzienlijke wijziging (of verlies) waarnemen in de kleurinformatie. Dit ligt voor de hand, omdat het RGB-kleurmodel een veel breder kleurengamut heeft dan het CMYK-kleurmodel. Hiermee zorgt u er ook voor dat uw afdruk vrij goed overeenkomt met wat u op het scherm ziet. Zorg er tevens voor dat u voor de afbeelding die u gebruikt een minimumresolutie instelt van 300 dpi. U kunt de afbeeldingsresolutie controleren door naar Afbeelding > Aangepast te gaan.

Nadat u de afbeeldingsmodus heeft ingesteld op CMYK, ziet u niet langer de kleurengamutwaarschuwing die eerder werd weergegeven. Tijdens de conversie worden alle kleuren die buiten het gamut vallen vervangen door de dichtstbijgelegen kleur op basis van de optie die is gekozen voor CMYK-kleurprofiel, Rendering-intentie en Kleursysteem in het dialoogvenster voor de kleurenbeheerinstellingen.

4. De kleurzweem aanpassen

In veel gevallen moet een afbeelding worden gecorrigeerd omdat deze een kleurzweem heeft. Kleurzweem in een afbeelding wordt veroorzaakt door de lichtomstandigheden toen de afbeelding werd gemaakt. U corrigeert de kleurzweem door naar Aanpassen > Afbeeldingsaanpassingslab te gaan en de regelaar Temperatuur enigszins richting oranje (kleuren warmer maken) te verschuiven. Hierdoor wordt de blauwe zweem gecorrigeerd. Als de afbeelding een gele zweem heeft, kunt u de regelaar richting de blauwe kleur verschuiven (en de kleuren koeler maken).

De afbeelding uit het voorbeeld heeft een blauwachtige zweem die we moeten corrigeren. We hebben de regelaar richting oranje verschoven (Kelvin-waarde 4650) om de blauwe zweem te verminderen. Zie de afbeelding hieronder.

5. De kleurbalans aanpassen

Als volgende stap passen we de kleurbalans van de afbeelding aan. Ga terug naar: Aanpassen > Afbeeldingsaanpassingslab.

In het dialoogvenster Afbeeldingsaanpassingslab ziet u twee pipetgereedschappen. Eén met een witte, en één met een zwarte stip (zie de bovenstaande afbeelding). De pipet met de witte stip staat gelijk aan de opdracht Witpunt selecteren en de pipet met de zwarte stip staat gelijk aan Zwartpunt selecteren. Klik op Witpunt selecteren en klik op de witte kleur in uw afbeelding. Klik ook op Zwartpunt selecteren en klik op de zwarte kleur in uw afbeelding. U ziet dat de kleurdiepte aanzienlijk wordt gewijzigd. (Zie de afbeeldingen hieronder.)

6. De belichting van de afbeelding verbeteren

Open het koppelvenster Voorwerpbeheer door op Ctrl+F7 te drukken (of gebruik Venster > Koppelvensters > Voorwerpbeheer). Selecteer de achtergrondlaag en maak een kopie van de laag door op Ctrl+D te drukken (u kunt ook rechtsklikken en Voorwerp > Dupliceren kiezen). Wijzig de Samenvoegmodus van de gekopieerde laag in Scherm en wijzig het Dekvermogen van de laag in 50%. Mogelijk moet u het dekvermogen verder aanpassen voor het gewenste resultaat. In bepaalde afbeeldingen kunt u een beter resultaat verkrijgen met de samenvoegmodus Kleur doordrukken. Voor deze studieles heb ik de samenvoegmodus Scherm gebruikt, met een dekvermogen van de laag van 30%.

Als u tevreden bent met het resultaat, drukt u op Ctrl+Shift+Pijl omlaag (of gebruikt u Voorwerp > Combineren > Alle voorwerpen met achtergrond combineren) om de lagen samen te voegen.

7. De afbeelding verscherpen

Bij de volgende stap verscherpen we de afbeelding een beetje. Maak een kopie van de achtergrondlaag door op Ctrl+D te drukken. Selecteer de gekopieerde laag en ga naar Effecten > Scherpstellen > Hoogbandfilter. Selecteer bij Straal een waarde die zorgt voor duidelijk waarneembare randen in de afbeelding (zie de linkerafbeelding hieronder). Wijzig de Samenvoegmodus van de laag nu in Zacht licht en experimenteer met de waarde voor Dekvermogen voor de laag om het gewenste resultaat te krijgen. Wanneer de afbeelding al te eentonig is, kan als Samenvoegmodus de optie Fel licht vereist zijn om de afbeelding scherper te maken. Druk op Ctrl+Shift+Pijl omlaag om de lagen samen te voegen als u tevreden bent met het resultaat. In dit voorbeeld (zie de rechterafbeelding hieronder) heb ik als samenvoegmodus Zacht licht gebruikt met een dekvermogen van 100%.

Sla het bestand tot slot nooit op in de indeling JPEG voor het afdrukken. Sla het bestand altijd op in de TIFF-indeling om de afbeeldingskwaliteit te behouden.

NB! Niet alle afbeeldingen kunnen met elkaar worden vergeleken. Afhankelijk van de afbeelding moet u mogelijk andere opdrachten en instellingen gebruiken voor het gewenste resultaat. U kunt gebruikmaken van de vele gereedschappen en opdrachten in Corel PHOTO-PAINT om uw afbeeldingen fijn af te stemmen.

Met de bovenstaande stappen kunt u de meeste afbeeldingen retoucheren en de gewenste kwaliteit bereiken.