• Een bitmap opnieuw samenstellen als vectoren op basis van een spiraalvormige figuur (symmetrische vorm), met de functies van CorelDRAW® X7

  • In dit voorbeeld gebruiken we een verzonnen CorelDRAW®-logo (als sportbadge). We gebruiken een onregelmatige vorm met rechte en kromme lijnen, maar die aan beide zijden symmetrisch is (rechts en links).

  • De technieken die we in dit voorbeeld toepassen kunnen worden aangepast aan andere vormen zoals flessen, kopjes, bloempotten, logo's van sportteams, wapenschilden en andere symmetrische voorwerpen.

  • Stappen:

    1. Importeer de figuur (bitmap) in de werkruimte: Ga naar: Bestand > Importeren (Ctrl + I) en druk op Enter om de afbeelding op de pagina te centreren.

    2. Selecteer het voorwerp en klik op het Transparantiegereedschap (Gereedschapskist > Transparantiegereedschap).

    3. Kies een Uniforme transparantie op de eigenschappenbalk (zie onderstaande afbeelding) en verlaag de transparantie van de afbeelding zonder de zichtbaarheid te veel aan te tasten (*), zodat u de bitmap als referentie kunt gebruiken. Nadat de transparantie is toegepast, kunt u deze verder aanpassen met de kleine transparantieregelaar die onder de afbeelding wordt weergegeven.

      (*) 70 is goede waarde, maar dit hangt af van het contrast van de oorspronkelijke afbeelding.

    4. Vergrendel de afbeelding, zodat u deze niet per ongeluk verplaatst. Ga naar (Voorwerp > Vergrendelen > Voorwerp vergrendelen). Of klik met de rechtermuisknop op het voorwerp en kies: Voorwerp vergrendelen.
      Opmerking: wanneer de taak is voltooid, ontgrendelt u het voorwerp en verwijdert u de bitmap die ter referentie is gebruikt.

    5. Voeg een verticale hulplijn (*) toe aan het midden van de afbeelding (selecteer de hulplijn en druk op P op het toetsenbord om de hulplijn in het midden van de pagina te plaatsen). Klik vervolgens op het Béziergereedschap (Gereedschapskist > Béziergereedschap of sneltoets: Q) om segmenten (als ankerpunt) toe te voegen. Pas deze alleen toe op de linkerhelft van de figuur. Voeg knooppunten toe aan de rand van de figuur zoals hieronder wordt weergegeven.

      (*) Selecteer de hulplijn en zorg ervoor dat voorwerpen magnetisch (Beeld > Magnetisch > Hulplijn), is ingeschakeld. (U kunt ook de vervolgkeuzelijst Magnetisch op de werkbalk gebruiken om te selecteren welk voorwerp de aantrekkingskracht heeft).

    6. Klik op het Vormgereedschap (F10) en selecteer alle knooppunten (aangeduid met blauwe cirkels) door hier een selectierechthoek rond te slepen.

    7. Zorg ervoor dat het Vormgereedschap nog steeds is geselecteerd en kies Naar krommen converteren op de eigenschappenbalk.

    8. Afzonderlijke segmenten bewerken: Klik en sleep de uiteinden van de besturingshandgrepen (de blauwe besturingshandgrepen worden aangeduid met rode pijlen - zie hieronder) en verplaats elke greep zo dat u de randen van de figuur volgt. Herhaal deze handeling voor elk segment en pas de omtrek nauwkeurig aan de figuur aan die we ter referentie gebruiken.

    9. U ziet dat het segment dat met de blauwe cirkel wordt aangeduid in werkelijkheid een rechte lijn is. Klik in dit geval met de rechtermuisknop op het segment met het Vormgereedschap en kies > Naar lijn.

    10. Wanneer de linkerhelft de gewenste vorm heeft, selecteert u het Selectiegereedschap (Gereedschapskist > Selectiegereedschap), drukt u de Ctrl-toets in en klikt u op de middelste greep voor de grens (hieronder aangeduid met de blauwe cirkel). Sleep de muis vervolgens naar de rechterkant met de Ctrl-toets nog steeds ingedrukt. Laat de muisknop los en klik tegelijkertijd met de rechtermuisknop om de figuur te dupliceren (hier groen weergegeven), die nu exact uitgelijnd is met de linkerhelft (hier rood weergegeven).

      U kunt ook de volgende methode gebruiken (als u het lastig vindt om tegelijkertijd de muisknop los te laten en te rechtsklikken): selecteer de linkerzijde > druk op de toets + op het numerieke toetsenblok om een kopie te maken > sleep de kopie naar de andere kant terwijl u Ctrl ingedrukt houdt.

      Optie om de afbeelding te spiegelen:

      U kunt ten slotte ook de functie voor het spiegelen gebruiken om een kopie naar de andere zijde te 'spiegelen'. Selecteer de figuur, druk op de toets + op het numerieke toetsenblok en klik op het pictogram Horizontaal spiegelen van de eigenschappenbalk. Sleep de gedupliceerde afbeelding naar de andere kant en laat de beide helften met behulp van de magnetische hulpijn uitlijnen. Houd bij het slepen de Ctrl-toets in gedrukt, zodat het verplaatsen wordt beperkt tot een horizontale verplaatsing.

    11. Belangrijk! Voordat u verdergaat met de volgende stap, moet u controleren of de twee afbeeldingen exact zijn uitgelijnd (en precies aangrenzend zijn), en geen tussenruimte hebben. Dit moet zowel voor de boven- als onderkant gelden. Als dit het niet geval is, moet u de twee zijden correct uitlijnen en samenvoegen, zodat ze elkaar aanraken.

    12. Selecteer het gereedschap Slim vullen nadat u de twee delen perfect heeft uitgelijnd (Gereedschapskist > Slim vulgereedschap) en klik binnen de figuur om deze met elke gewenste kleur te vullen (in dit voorbeeld: geel).

      Als u een kleur en/of een rand wilt kiezen voor het voorwerp met de vulling, gebruikt u de opties voor Vulling en omtrek op de eigenschappenbalk.

    13. Klik op de gevulde vorm (geel) en sleep om de voorwerpen te scheiden. Verwijder de achtergrondafbeelding (hieronder aangeduid met de rode streepjeslijn) nadat u met de rechtermuisknop op de afbeelding heeft geklikt en Voorwerp ontgrendelen heeft gekozen.

    14. Vul het vectorvoorwerp met wit (of geen vulling) en pas de gewenste dikte toe op de omtreklijn.

    15. Het voorwerp voltooien:
      1. Voeg een horizontale rechthoek toe aan de hoofdvorm, selecteer het Vormgereedschap (F10), druk de Shift-toets in en klik op de bovenste greep links en sleep de muis om de hoeken rond te maken.
        1. Als u dit heeft voltooid, selecteert u het gereedschap Omtrek in de Gereedschapskist en sleept u met de muis om een omtrek te maken (binnen of buiten).
        2. Bepaal het aantal omtrekken op de eigenschappenbalk, plus de afstand ervan tot het oorspronkelijke pad.
        3. Klik vervolgens op Voorwerp > Omtrekovervloei-groep breken.
        4. Degroepeer de voorwerpen (Ctrl + U).
      2. Herhaal deze handelingen met de vorm die u eerder heeft gemaakt.
      3. Voeg de verticale balken onder de rechthoek toe.
      4. Voltooi het invoeren van tekst en/of andere elementen en pas de verlooptintkleuren van uw voorkeur toe.
      5. Pas een lenseffect, schaduwen of transparanties toe om enkele van deze elementen te benadrukken.
      6. (De onderstaande figuur toont de oorspronkelijke vormen met rode lijnen).

Studieles geschreven door Silvio Gomes – Grafisch ontwerper en CorelDRAW® Meester – juni 2015